Arc de Triomphe: waarom hij is gebouwd en wat je erop vindt
Arc de Triomphe: waarom hij is gebouwd en wat je erop vindt

Napoleon liet de Arc de Triomphe in Parijs bouwen ter ere van zijn leger, na de overwinning in de Slag bij Austerlitz in december 1805. De eerste steen werd op 15 augustus 1806 gelegd, op Napoleons verjaardag, maar regeringswisselingen onderbraken de bouw en de boog werd pas in juli 1836 geopend, na 30 jaar.

Hij staat midden op een rond plein, omdat hij werd gebouwd op een plek waar toen al wegen in de vorm van een ster samenkwamen, en vandaag vertrekken er twaalf avenues. Op zijn muren vind je vier grote beeldengroepen, zes reliëfs met veldslagen en honderden namen van veldslagen en generaals, onder het gewelf het graf van een onbekende soldaat uit de Eerste Wereldoorlog. Dezelfde onderdelen kun je ook op een houten model van de boog zoeken.

Waarom de boog is gebouwd en waarom de bouw 30 jaar duurde

Napoleon wilde met de boog de Grande Armée eren, het leger waarmee hij bij Austerlitz had gewonnen. Voorbeeld waren de oude Romeinse triomfbogen, vooral de Boog van Titus in Rome, en het ontwerp kwam van architect Jean-François Chalgrin.

De boog staat aan het westelijke einde van de Champs-Élysées, tegenover het Tuilerieënpaleis, dat toen Napoleons residentie in Parijs was. Zo is hij deel van een lange rechte as die van het Louvre via de Champs-Élysées verder naar het westen loopt.

In 1810 trouwde Napoleon met Marie Louise van Oostenrijk, en de bruidsstoet zou Parijs binnenkomen over het plein waar de boog werd gebouwd. De pijlers kwamen toen nauwelijks boven de grond uit, daarom liet Chalgrin een boog op ware grootte bouwen van een houten constructie en beschilderd doek. Op dit model zag hij zijn ontwerp ter plekke en paste het daarna nog aan.

Chalgrin stierf in 1811. Na Napoleons val in 1814 lag de bouw stil, en pas koning Lodewijk XVIII zette hem in 1823 weer in gang. Hij werd voltooid onder koning Lodewijk Filips, die de boog opdroeg aan de legers van de Revolutie en het Keizerrijk. De boog werd op 29 juli 1836 geopend.

De boog bestaat uit vier massieve stenen pijlers die door gewelven met elkaar verbonden zijn. Aan de twee hoofdzijden is één grote doorgang, aan de smallere zijkanten kleinere. In een pijler loopt een wenteltrap, en tot het dak van de boog zijn het 284 treden.

Het plein rond de boog heette Place de l’Étoile, het Sterrenplein. Wegen kwamen hier al vóór de bouw van de boog in de vorm van een ster samen, maar de huidige twaalf avenues ontstonden pas bij de verbouwing van Parijs die prefect Haussmann in de tweede helft van de 19e eeuw leidde. Sinds 1970 draagt het plein de naam van Charles de Gaulle. De boog zelf is ongeveer 50 meter hoog en ongeveer 45 meter breed.

Wat de beeldengroepen, reliëfs en namen op de muren laten zien

De versiering werd pas in de jaren 1830 door verschillende beeldhouwers gemaakt, toen de bouw werd voltooid. Het grootst zijn de vier beeldengroepen op de pijlers, en elk ervan hoort bij één jaar:

  • Het vertrek van de vrijwilligers in 1792 van François Rude, ook bekend als “La Marseillaise”, aan de kant van de Champs-Élysées. Boven de vrijwilligers, die vertrekken om de jonge republiek te verdedigen, zweeft een gevleugelde vrouw, de Genius van de Vrijheid.
  • De triomf van 1810 van Jean-Pierre Cortot, ook aan de kant van de Champs-Élysées. Hij viert Napoleons overwinningen.
  • Het verzet van 1814 en De vrede van 1815 van Antoine Étex aan de andere kant van de boog.

Boven de beeldengroepen zitten zes reliëfs, beelden die zo in de muur zijn uitgehouwen dat de figuren eruit naar voren komen. Ze tonen gebeurtenissen uit de revolutionaire en napoleontische oorlogen, waaronder de Slag bij Austerlitz. Hoger loopt rond de boog een fries, een band met een reliëf van soldaten, en helemaal bovenaan is de attiek, het bovenste deel van het bouwwerk boven de kroonlijst. Op de attiek staan 30 schilden met de namen van gewonnen veldslagen.

Op de binnenmuren van de bogen zijn de namen van veldslagen en van honderden generaals uit de oorlogen van de Revolutie en het Keizerrijk uitgehouwen. Is een naam onderstreept, dan is die man in de strijd gesneuveld. Het plafond van het grote gewelf is versierd met uitgehouwen rozetten.

Wat het graf van de onbekende soldaat onder de boog is

Onder het grote gewelf ligt een Franse soldaat uit de Eerste Wereldoorlog van wie niemand de naam kent. Hij staat voor iedereen die in de oorlog voor Frankrijk is gesneuveld. Het idee om de gesneuvelden te eren met één onbekende soldaat ontstond al in 1916, tijdens de oorlog.

Op 10 november 1920 koos de soldaat Auguste Thin in Verdun een van acht doodskisten met de lichamen van niet-geïdentificeerde Franse soldaten. De volgende dag werd die kist naar de Arc de Triomphe gebracht, en op 28 januari 1921 werd de soldaat begraven op de plek waar hij nog steeds ligt. Op de grafsteen staat in het Frans, vertaald: “Hier rust een Franse soldaat die voor het vaderland stierf, 1914–1918”.

De vlam boven het graf werd op 11 november 1923 voor het eerst ontstoken door minister van Oorlog André Maginot. Sindsdien wordt hij elke avond om 18.30 uur opnieuw aangewakkerd tijdens een plechtigheid die de vereniging La Flamme sous l’Arc de Triomphe verzorgt. Vandaag herdenkt de vlam de doden van beide wereldoorlogen.

Waar je op let bij een houten model van de Arc de Triomphe

Een houten model laat de boog in het klein zien, zodat je hem kunt vergelijken met het echte bouwwerk. Ook Chalgrin controleerde zijn ontwerp op een model, al was dat op ware grootte. Welke delen van de versiering jouw model heeft en hoe het ze weergeeft, ontdek je in de handleiding en op de afbeeldingen. Let bij het vergelijken vooral op deze plekken:

  • Verhouding tussen hoogte en breedte. De echte boog is ongeveer 50 meter hoog en ongeveer 45 meter breed, dus bijna even breed als hoog. Meet de hoogte en breedte van het model zonder voetstuk. Komt de verhouding duidelijk anders uit, dan heeft het model het bouwwerk op dit punt aangepast.
  • Beeldengroepen bij de pijlers. Zoek aan de twee hoofdzijden onderaan de pijlers vier beeldengroepen. Op de echte boog staan Het vertrek van de vrijwilligers en De triomf aan de kant van de Champs-Élysées, dus aan de hand daarvan zie je met welke kant jouw model naar die avenue zou staan.
  • Vlakken boven de beeldengroepen. Op de echte boog zitten daar reliëfs met veldslagen. Vergelijk wat er op dezelfde plek op het model zit: een afbeelding, een patroon of een glad vlak.
  • Bovenste deel. Zoek boven de doorgang de kroonlijst, de band van het fries en de attiek. Op de echte boog draagt de attiek 30 schilden met de namen van veldslagen, kijk dus hoe jouw model die weergeeft.

Wil je deze onderdelen thuis van dichtbij bekijken, dan is het houten model Overwinningsboog Little Story E011 volgens de gegevens in de winkel bedoeld vanaf 14 jaar.

Veelgestelde vragen

Wie liet de Arc de Triomphe bouwen?

Napoleon, ter ere van zijn leger na de overwinning bij Austerlitz in 1805. De eerste steen werd in 1806 gelegd en de boog werd in 1836 geopend, tijdens de regering van koning Lodewijk Filips.

Waarom duurde de bouw van de Arc de Triomphe 30 jaar?

Regeringswisselingen onderbraken de bouw. Na Napoleons val in 1814 lag hij stil, in 1823 hervatte Lodewijk XVIII hem en hij werd voltooid onder Lodewijk Filips.

Waarom brandt er een vlam onder de Arc de Triomphe?

Hij brandt boven het graf van een onbekende soldaat uit de Eerste Wereldoorlog. Hij werd op 11 november 1923 voor het eerst ontstoken en wordt sindsdien elke avond om 18.30 uur bij een plechtigheid opnieuw aangewakkerd.

Wat betekenen de onderstreepte namen op de muren van de boog?

Op de binnenmuren staan de namen van veldslagen en generaals uit de oorlogen van de Revolutie en het Keizerrijk. Een onderstreepte naam hoort bij een man die in de strijd is gesneuveld.